Nevele– Het examen hogere graden is voor veel judoka’s een belangrijk ijkpunt in hun judocarrière. Op zaterdag 30 mei legden zestien kandidaten hun examen af voor 4de, 5de, 6de of 7de Dan. Het resultaat mocht gezien worden: alle zestien kandidaten slaagden. Een uitzonderlijke prestatie die getuigt van grondige voorbereiding, technische kennis, doorzettingsvermogen en een grote passie voor judo.
Achter elke nieuwe Dan-graad schuilt een uniek verhaal. Van kandidaten die honderden kilometers reden voor trainingen, tot jonge ouders die hun examen combineerden met een gezinsleven of judoka’s die zelfs vanuit het buitenland naar Vlaanderen kwamen om zich optimaal voor te bereiden.
7de Dan: een leven lang leren en doorgeven
Een 7de Dan behalen vanuit Indonesië
Voor Rudy De Maere was het behalen van 7de Dan het resultaat van een traject dat letterlijk de halve wereld overspant.
Rudy doet al judo sinds 1967, behaalde zijn eerste Dan in 1979, richtte meerdere clubs op, zetelde in de gradencommissie en is actief geweest als kata-judge. Vandaag woont hij grotendeels in Indonesië, waar hij samen met zijn vrouw een judoclub uitbouwde.
Om aan alle voorwaarden voor de 7de Dan te voldoen, stemde hij zijn jaarlijkse verblijven in België zorgvuldig af op de technische trainingen en activiteiten van Judo Vlaanderen.
“Het was een grote investering, maar een hobby kost nu eenmaal geld.”
Elke technische training werd gefilmd zodat hij thuis alles opnieuw kon analyseren en verfijnen. Daarbij spreekt hij zijn waardering uit voor de expertise binnen Judo Vlaanderen.
“In Judo Vlaanderen zitten enorm veel gemotiveerde mensen met een ongelofelijke kennis. Daar mogen we best trots op zijn.”
Hij benadrukt ook dat de opleidingsmogelijkheden binnen de federatie vaak onderschat worden.
“Met je vergunning krijg je toegang tot opleidingen, technische trainingen en bijscholingen. Dat vind je lang niet overal in de wereld.”
Een leven lang blijven groeien
Ook Johan Baert, eveneens geslaagd voor 7de Dan, kijkt terug op een lange judocarrière. Hij begon pas op zestienjarige leeftijd met judo, wat toen heel gebruikelijk was.
Doorheen de jaren groeide hij uit tot trainer, nationaal kata-judge en uiteindelijk zelfs internationaal IJF-kata-judge.
Volgens hem is het judolandschap vandaag niet meer te vergelijken met vroeger.
“De trainingen worden veel gedetailleerder uitgelegd. Je leert niet alleen hoe een techniek werkt, maar ook waarom ze werkt.”
Zijn internationale opdrachten als kata-judge brengen hem tegenwoordig over de hele wereld, al nuanceert hij meteen het beeld dat sommigen daarvan hebben.
“Veel mensen denken dat het vooral reizen is, maar het zijn bijzonder intense weekends waarbij je constant geconcentreerd moet blijven.”
Ondanks zijn nieuwe graad blijft zijn focus vooral liggen op het begeleiden van judoka’s binnen de club.



6de Dan: een examen dat blijft inspireren
Voor de kandidaten van 6de Dan speelde het eindwerk een centrale rol.
Een bekroning van bijna vijftig jaar judopassie
Voor Eddy Raeymaekers voelt het behalen van de 6de Dan als de bekroning van een indrukwekkend judotraject dat bijna een halve eeuw geleden begon. Zijn judoverhaal startte in 1978, toen hij als vijftienjarige voor het eerst de stap op de tatami zette. Wat begon als een kennismaking met een onbekende sport, groeide uit tot een levenslange passie
“Judo is altijd aanwezig gebleven in mijn leven. Meer nog, het is stilaan een verslaving geworden.”
Toen hij enkele jaren later zijn zwarte gordel behaalde, stelde hij zichzelf meteen nieuwe doelen. Trainer A worden en ooit de 4de Dan behalen stonden toen bovenaan zijn lijstje. Doorheen de jaren werden die ambities telkens bijgesteld en volgden nieuwe uitdagingen.
De uitnodiging voor de 6de Dan, vier jaar geleden, vormde opnieuw het startpunt van een intens traject richting een nieuwe mijlpaal.
“Vanaf het ogenblik van de uitnodiging leef je naar deze graduatie toe.”
Hoewel de 6de Dan een mooie bekroning is van zijn inzet en engagement, kijkt hij vooral vooruit. Zijn motivatie om zich in te zetten voor de judosport is immers onverminderd groot.
“Ik wil me blijven inzetten om de judosport te promoten en judoka’s te inspireren en motiveren zodat ook zij hun doelen kunnen bereiken.”
Leren stopt nooit
Wim Willems vertrok voor zijn persoonlijk werk vanuit een techniek die hij tijdens zijn competitiejaren vaak gebruikte. Soms leverden die hem de overwinning op, maar af en toe botste hij met diezelfde techniek op een zure nederlaag omdat hij genadeloos werd overgenomen.
Dat vormde de basis voor een diepgaande analyse van hoe die techniek efficiënter toegepast kon worden.
“Het leuke was dat ik tijdens het uitwerken opnieuw nieuwe dingen ontdekte die ik vandaag ook als trainer kan gebruiken.”
Voor zijn grondwerk koos hij bewust voor technieken die hij zelf vaak gebruikte. Tijdens het onderzoek leerde hij kritisch kijken naar wat in theorie werkt en wat in de praktijk effectief uitvoerbaar blijft.
Zijn advies voor toekomstige kandidaten is duidelijk:
“Begin er op tijd aan. Je krijgt vier jaar voorbereidingstijd. Gebruik die ook.”
Een mijlpaal na 33 jaar judo
Ook Peter Mommerency behaalde zijn 6de Dan. Zijn scriptie bestond uit twee delen. Het nage-waza-gedeelte handelde over uchi-mata en de toepassing van het judoprincipe seiryoku-zenyo: met een minimum aan inspanning een maximaal resultaat bereiken.
“Hoe kan je met een minimale inspanning een maximaal resultaat bereiken? Door de kracht en energie van je tegenstander in je voordeel te gebruiken. Dat is het principe dat ik in mijn judo probeer na te streven.”
Daarnaast ziet hij deze promotie ook als een mooi uithangbord voor Judoclub Oostende, die hij enkele jaren geleden mee oprichtte.
“Ik ben vooral trots op wat we samen hebben opgebouwd. De 6de Dan is voor mij niet alleen een persoonlijke bekroning, maar ook een erkenning van het werk van ons hele team.”
5de Dan: investeren, volhouden en blijven bijleren
Een traject van vele trainingsuren
Voor Leander Baeke & Wouter Luypaert begon de voorbereiding al in september met het aanleren van de kata’s, waaronder de ju-no-kata. Als wedstrijdjudoka betekende dat een flinke aanpassing.
“We hadden dit nog nooit gedaan. Vooral het tempo van de kata was wennen, omdat je alles veel trager moet uitvoeren dan we gewoon waren.”
In het voorjaar verschoof de focus naar het grondwerk en het uitwerken van de verschillende uitvoeringspatronen. Daarbij kwam heel wat voorbereiding kijken.
“Je moet zoeken naar technieken met voldoende variatie en daarna alles structureren zodat je een duidelijk overzicht hebt.”
Vanaf januari werd drie keer per week getraind, aangevuld met technische trainingen en verplaatsingen naar verschillende clubs.
“Ik reed ongeveer 600 kilometer per week voor judo.”
Samen legden ze vanaf 4de Dan een gelijkaardig traject af. Nu het examen achter de rug is, kijken ze vooral uit naar iets eenvoudigs:
“Gewoon eens een avond in de zetel kunnen zitten en wat meer tijd hebben voor de kinderen.”
Het voorbeeld geven als trainer
Voor Kenzie Despret & Filip Latré gaat een hogere Dan niet alleen over persoonlijke ontwikkeling, maar ook over voorbeeldgedrag binnen de club.
Sinds 2009 doorlopen ze samen een vergelijkbaar traject. Vandaag behoren ze tot de hoogste graden binnen hun club en vervullen ze er een belangrijke trainersrol.
“We willen tonen dat we zelf ook blijven werken aan onze ontwikkeling.”
Volgens hen is het belangrijk dat leden zien dat leren nooit stopt, ongeacht de graad die je al hebt bereikt.
“We zijn streng voor nieuwe dan-graden, maar ook voor onszelf. We willen tonen dat niet alles vanzelf gaat.”
Het behalen van de 5de Dan zien ze dan ook als een signaal naar de clubleden dat blijven groeien een levenslang proces is.
De uitdaging van kata
Voor Arne Dewulf & Sven Van Driessche vormde vooral de kata een grote uitdaging tijdens de voorbereiding.
Elke training bracht nieuwe aandachtspunten met zich mee. Zelfs op de examendag zelf kwamen er nog opmerkingen die meegenomen konden worden naar de toekomst.
“Je merkt dat je eigenlijk al heel veel moet kunnen voor je een kata echt traag en correct kan uitvoeren.”
Vooral de ju-no-kata bleek een leerproces waarin timing, controle en samenwerking centraal stonden.
“Het samenwerken en het principe van actie-reactie maakten deze kata bijzonder leerrijk.”
Naarmate het examen dichterbij kwam, liep het aantal trainingen op tot vijf à zes per week. Dat vroeg niet alleen veel tijd, maar ook fysiek heel wat inspanningen.
Hun belangrijkste boodschap aan toekomstige kandidaten sluit aan bij wat meerdere geslaagden benadrukten:
“Begin op tijd. De hoeveelheid leerstof is echt gigantisch.”

4de Dan: doorzetten loont
Bij de kandidaten voor 4de Dan kwamen misschien wel de meest uiteenlopende verhalen naar boven.
De aanhouder wint
Voor Hans Gebruers was het de derde poging.
“Er valt honderd kilogram van mijn schouders.”
Gedurende drie jaar bleef hij investeren in trainingen en voorbereidingen. Daarbij kon hij steeds rekenen op dezelfde uke.
“Zonder mijn vaste partner was dit nooit gelukt.”
Combineren met het ouderschap
Voor Eveline Jolie kreeg de voorbereiding een extra dimensie. In oktober werd ze mama van een dochtertje en pas in januari stond ze opnieuw op de tatami.
“Het zwaarste was niet het trainen, maar het regelen van opvang en het minder zien van mijn dochter.”
De combinatie van werk, gezin en examenvoorbereiding was intensief, maar dankzij de steun van familie en vrienden bleef het haalbaar.
“Ik ben vooral dankbaar voor alle babysits die dit mogelijk gemaakt hebben.”
Samen met haar echtgenoot, Thijs Vandevondele, werkte ze naar hetzelfde examen toe.
“We waren eigenlijk overal met judo bezig: thuis, in de auto en tijdens het trainen.”
De kracht van een netwerk
Voor Anke Verelst leek het examen plots in gevaar te komen toen haar vaste partner een maand voor het examen geblesseerd uitviel.
Opgeven was echter geen optie. Via de contacten die ze had opgebouwd tijdens de hogere-graden-katatrainingen ging ze actief op zoek naar mogelijke oplossingen.
Uiteindelijk vond ze binnen haar eigen club een bereidwillige partner: een judoka met 2de Dan die mee in het verhaal wilde stappen.
In slechts één maand tijd werkten ze samen een grote hoeveelheid leerstof door en werd er extra intensief getraind om de achterstand in te halen.
“Ga naar de HGKT, bouw een netwerk uit en durf hulp te vragen.”
Hoewel haar nieuwe partner uiteindelijk uit de eigen club kwam, voelde Anke zich tijdens haar zoektocht gesteund door de vele mensen die met haar meedachten en wilden helpen.
Het onderstreepte nog maar eens de hechte en solidaire sfeer die zo kenmerkend is voor de judowereld.
“Als je het niet vraagt, ga je zeker niet vooruit.”

Meer dan een gordel
Wat opviel tijdens het examen in Nevele was niet alleen het hoge niveau van de kandidaten, maar vooral de enorme inzet achter elk traject.
De verhalen verschillen, maar dezelfde rode draad keert telkens terug: passie, doorzettingsvermogen en de wil om te blijven leren.
Of het nu gaat om iemand die vanuit Indonesië naar Vlaanderen reist voor trainingen, een jonge mama die haar comeback maakt, trainers die het goede voorbeeld willen geven of judoka’s die honderden kilometers per week rijden voor hun sport: allemaal tonen ze dat een hogere Dan veel meer is dan een nieuwe gordel.
Niet alle geslaagde kandidaten kwamen in dit artikel aan het woord. Daarom wensen we ook Gaétan Lambrecht en Thijs Vandevondele expliciet te feliciteren met het behalen van hun nieuwe Dan-graad. Net als hun collega-kandidaten legden zij een intens traject af en mogen zij bijzonder trots zijn op deze prestatie.
Proficiat aan alle zestien geslaagden met het behalen van hun nieuwe Dan-graad en bedankt aan iedereen die hen tijdens dit traject heeft ondersteund.